Wat maakt dat werkgevers en werknemers daadwerkelijk werk maken van duurzame inzetbaarheid? Wat werkt wel en wat werkt niet? En welke manier van communiceren is hierin het meest effectief? In opdracht van A+O VVT heeft Tinka van Vuuren onderzoek gedaan naar deze vragen. Uit het onderzoek blijkt dat organisaties meer moeten doen om mensen in beweging te krijgen rondom dit onderwerp dan alleen het aanreiken van informatie en kennis. Het geven van informatie werkt alleen wanneer iemand bewust bezig is met een onderwerp, maar in 90% van de gevallen zijn mensen zich niet zo bewust van hun gedrag.

Richt de werkomgeving anders in

Van Vuuren geeft een aantal suggesties waarmee gewerkt kan worden aan duurzame inzetbaarheid. Werkgevers kunnen er bijvoorbeeld voor kiezen om niet alleen te communiceren, maar om hun organisaties ook echt anders in te richten. Bied een werkomgeving aan waarin werkenden niets anders kunnen dan het goede gedrag laten zien: statafels, printer ver weg, benoemingstermijnen voor bepaalde functies, loopbaanpaden, roulatie van taken, etc. Ook het bieden van keuzevrijheid, inspraak, en een goede dialoog over duurzame inzetbaarheid tussen werknemers en hun leidinggevenden of HR kunnen ervoor zorgen dat mensen in beweging komen om werk te maken van duurzame inzetbaarheid. In het rapport komt de theoretische kant aan bod. Daarnaast bied het enkele voorbeelden uit de praktijk.

Regionale werksessies

Het onderzoek geeft tot slot een aantal richtingen voor A+O VVT om vervolgactiviteiten binnen het programma Duurzame Inzetbaarheid te ontwikkelen. Deze voorgestelde richtingen en aanbevelingen kunnen en moeten nog meer op de praktijk worden toegespitst. Om dit te doen wil A+O VVT regionale werksessies met de werkvloer organiseren en klankbordsessies met (bestaande) werknemerspanels. In de sessies helpen werknemers en werkgevers A+O VVT de vertaling te maken van de onderzoeksresultaten naar de praktijk en wordt gezamenlijk bepaald aan welke activiteiten gericht op duurzame inzetbaarheid, op dit moment in de praktijk behoefte is.

Lees het rapport ‘Daadwerkelijk werk maken van gezamenlijke verantwoordelijkheid voor duurzame inzetbaarheid in de VVT’.